Thuis
Ik ben weer terug naar mijn eigen stekkie.
Ik ben weer terug naar mijn eigen stekkie.
Ik ben te laat voor mijn college. Het was drukker op de weg dan verwacht, en net vorige week is expliciet gezegd dat je niet te laat mag komen in de colleges. Dat je dan moet wachten tot de pauze, tenzij je gebeld hebt dat je in de file staat. Ik heb nog geprobeerd studiegenoten te bellen, maar zij hadden hun telefoon al uit gezet. Dus nu sta ik in de hal bij een publieke PC te loggen.
Toen ik uit de auto stapte bespeurde ik namelijk een verandering in mijn gedrag.
Vorige week heb ik voor het eerst in twee jaar mijn auto schoon gemaakt: van binnen en van buiten. Schoonmaken zit niet in mijn genen, dus dat is al bijzonder. Maar het bizarre is dat ik nu papiertjes en rotzooi ook gelijk mee de auto uit neem en weg gooi. Voor de meeste mensen is dat misschien heel gewoon, maar voor mij is het echt een ommekeer. Vooral omdat ik wat betreft werk een vergelijkbare ommekeer gemaakt heb. Normaal liet ik aan het eind van de dag mijn werk liggen en ging ik naar huis. Toen ik bij de gemeente startte besloot ik een clean desk policy uit te proberen. Mijn oud-collega’s in Eindhoven hebben hier smakelijk om moeten lachen, en ik zelf eigenlijk ook. Maar ik houd het inmiddels al meer dan een maand vol.
Door de combinatie van de auto en het werk krabde ik me even achter de oren. Ik begin een patroon te zien en ik weet niet zo goed wat ik er van moet vinden. Spontaan schoot het prachtige nummer “I scare myself” van Thomas Dolby door mijn hoofd. In de jaren tachtig had hij een geweldige elpee, met nog een heel mooi nummer. Ik moet zo als ik thuis ben maar eens in mijn collectie cassettebandjes gaan graven. Voor de jonkies hier: Neen, hij zong in dat nummer niet over schoonmaken. Waarschijnlijk over iets verheveners, de liefde ofzo. Maar je kan me toch niet kwalijk nemen dat ik dat niet precies meer weet?
Een tijdje geleden zag ik bij de VPRO de documentaire ‘Passages’ over de Libanese musicus Zad Moutaka. Ik heb niet erg zorgvuldig gekeken, maar ik lag nog half te doezelen en te slapen. Ik vond de muziek prachtig en hoorde nog ergens dat hij in september in De Vereeniging in Nijmegen zou spelen. En zoals dat gaat denk je dan dat je dat uit gaat zoeken en er zeker naar toe wilt, maar vervolgens vergeet je dat.
Vandaag belde vriendin A. of ik morgenavond wat te doen had. Ja, ik moet naar een borrel van een oud-collega. Het bedrijf waar ze werkte organiseerde een concert en daar mocht ze klanten mee naar toe nemen. Ik was weliswaar geen klant, maar andere vriendin A. had ooit wel met het bedrijf te maken gehad dus die had ze op de gastenlijst laten zetten, maar die vriendin A. kon niet. Of ik wilde. Het bleek om het concert van Zad Moutaka te gaan. Ik was natuurlijk zijn naam ook allang weer vergeten, maar we waren er vrij snel uit. Want vriendin A. had dezelfde documentaire gezien en had er hetzelfde van gevonden.
Toevallig? Nee hoor, met vriendin A. niet. Met vriendin A. heb ik ooit deze discussie gevoerd aan de bar:
“Ik kwam dinges nog tegen.”
“Oh, leuk, is ie nog steeds met je-weet-wel?”
“Ja, ze zijn nog steeds samen, maar ze zijn verhuisd naar hoe-heet-het.”
“Leuk, lijkt me echt een stad voor hun!”
En dan hadden we het ook over dezelfde dinges en je-weet-wel. We hebben ook wel eens los van elkaar hetzelfde boek gekocht. Dan begint de een heel enthousiast te vertellen over dat bijzondere boek en dan maakt de ander het verhaal af. Eng wel eigenlijk, of niet?
Door de opera en het gebrek en slaap waren er afgelopen week wat dingen op het werk niet helemaal lekker gelopen. Maandag ben ik daar, helemaal terecht, op aangesproken. Ik was nog steeds moe en kwam nogal gestresst thuis. Ik baalde dat ik na een kwartier weer door moest naar de musicalclub, ik wilde gewoon hangen en niets doen. Toen ik even snel de mail checkte bleek er een mailtje te zijn van mijn toneelvriendje van de middelbare school. Op de middelbare school speelde ik fanatiek toneel. We maakten altijd grote improvisatiestukken, waarbij grote delen van de
plaatselijke schouwburg gebruikt werden. Toneelvriendje deed ook altijd mee, zat ook bij de schoolkrant, reed ook paard, dus eigenlijk was hij meer dan een toneelvriendje, maar toneel was toch de belangrijkste gemene deler. Na de middelbare school hebben we geen contact meer gehad. Hij ging in Utrecht studeren, ik vertrok naar het buitenland en dat was dat.
Het googleen van vrienden op internet is kennelijk wijdverbreid. Vorige week had ik toneelvriendje al gegoogled en gevonden, maar door alle drukte en stress was ik er niet aan toegekomen om te mailen en nu werd ik zomaar door hem gemaild. Natuurlijk heb ik gelijk een mailtje terug gestuurd en natuurlijk kwam ik veel te laat, maar wel helemaal blij bij de musicalclub. Toen bleek dat ik in de pauze een stemtest moest doen, wist ik eigenlijk niet of ik nou zenuwachtig moest worden of niet. Ik dacht dat ik zingen voor bekende vreemden (namelijk bekenden die niet mijn zangjuf zijn)heel eng zou vinden, maar dat viel heel erg mee. Ondanks dat ik best sopraan zou kunnen zingen, mag ik lekker bij de alten blijven. Alt-lijnen zijn veel leuker om te zingen, en de alten zijn ook bijzonder relaxt. Het zijn bijna bassisten.
En zo werd ik in één avond van vermoeid en shagerijnig, blij en enthousiast. Nu moet ik het alleen nog vasthouden. En nog even bijslapen, want ik ben nog steeds moe.
Namen met “Anne” erin schijnen lastig te zijn. Ik heb in mijn leven al heel wat namen toegeworpen gekregen. Vandaag kwam daar een nieuwe bij: Anouk. Zo ben ik nog nooit genoemd, voor mij een reden om de balans op te maken van alle namen die me ten deel gevallen zijn, en waar ik in meerdere of mindere mate geluisterd heb.
Annemiek
Annemieke
Annie
Annet
Ana
Anne
Miekie
Angie-Mike (jawel, de engelse vertaling op de middelbare school)
Lola
Barneus
Druif
Polletje Peenhaar (moeder)
Pollewiepwap (moeder)
Polle- met allerlei rare dingen erachter (vader in parodie op moeder)
Bakker Bolletje
Miss Piggy (vader)
Mrauwauw (Murphy)
Mauw! (Mingus)
Vanmiddag heb ik de laatste uitvoering gehad. Het zit erop, het is voorbij. De laatste twee voorstellingen heb ik lekker gespeeld. Wel fouten gemaakt, maar ik verkrampte er niet door. Vrijdag deed ik dat wel en dan gaat er niets meer goed. Gisteren en vandaag kon ik gewoon ontspannen en lekker verder spelen. De hoofdrolspeler werd steeds dramatischer, maar dat is zijn probleem, niet het mijne.
Er staan voorlopig even geen speeldingetjes op het programma. Gelukkig, want dit hakte er flink in en ik weet even niet of het wel verstandig is om dit soort volle weken te draaien.
Vandaag was de enige dag in twee weken dat ik uit kon slapen, alleen ging om tien uur de telefoon ging. Ik stopte mijn hoofd onder mijn kussen draaide me om en sliep verder. Om kwart over tien ging de telefoon weer, om half elf weer en toen twee keer achter elkaar. Toen ik op stond bleek het een medemuzikant uit Wageningen te zijn die misschien een lift wilde. Ze had geen berichtje ingesproken. Ik ben eerst gaan douchen, want we hoefden pas om kwart voor twee in Den Haag te zijn. Toen ik terug belde was ze al weg. Ik was eigenlijk vrij pissig, want in plaats van drie keer bellen kan iemand natuurlijk ook één keer de voicemail inspreken. Toen ik de persoon in kwestie in Den Haag zag lachte ze alleen maar dat ze zich vergist had in de tijd. Toen ik aangaf dat ik het wel erg vervelend vond dat ik wakker gebeld was, was de enige reactie dat ze gewacht had tot ze de kerkklokken hoorde. Een excuus zat er niet in. Ik denk dat ze dat meerijden op haar buik kan schrijven.
Om toch een beetje leuk te eindigen eentje in de serie twijfelachtige beslissingen:
Aan het eind van de regel komt iets voor wat of een d is of een des. Ik kan de voortekens aan het begin van de regel zo snel niet tellen en speel dus maar een e.
De vermoeidheid begint toe te slaan. Na een week overdag werken in Zwolle en ‘s avonds musiceren in Den Haag, heb ik het helemaal gehad. Het spelen ging gisteren niet goed, pas in de derde acte (de opera heeft drie actes) had ik het gevoel dat ik er een beetje in kwam. Heel irritant, ik speelde vals en kreeg het niet voor elkaar om goed te intoneren en ik zette een paar keer verkeerd in (één keer op een moment dat iedereen verder stil was…).
De diagnose van onze hoofdrolspeler was eigenlijk dat het gewoon elke avond slechter werd, maar we hebben er een soort nuancering in gevonden: als we nu iets minder hard spelen, dan is het minder erg dan het had kunnen zijn. Desalniettemin doe ik ruime schoenen aan, zodat mijn tenen de ruimte hebben om krom te trekken. Niemand had gisteren geloof ik een echt goede avond. In de auto op weg naar huis hoorde ik dat de dirigent ergens halverwege een onbetamelijk gebaar richting de blazers gemaakt heeft, en wel zo dat het voor het publiek zichtbaar geweest moet zijn. Het is wel tekenend voor mij dat ik dat hele gebaar niet gezien heb. Eigenlijk kan hiervan de enige conclusie zijn dat we niet over anderen mogen kankeren als we het zelf ook niet goed doen.
Wat me gisteravond eigenlijk het meest tegen zat was mijn slaapgebrek. Als ik te moe word, kan ik me niet meer concentreren, maar ik kan ook niet meer relativeren. Elke valse noot voelt dan als mijn schuld. In het kader van de algehele weblogopenheid moet ik heel eerlijk bekennen dat ik eigenlijk altijd als ik speel, bang ben dat ze er achter zullen komen dat ik eigenlijk helemaal niet kan spelen. Normaal kan ik dat relativeren en dan weet ik best dat ik nooit meegedaan zou hebben als ik niet goed genoeg speelde, maar gisteren lukte dat even niet. Ook bleken er wat dingen op het werk niet goed gegaan te zijn, en dat was natuurlijk ook helemaal mijn schuld en ik zou maandag wel ontslagen worden en dan zou ik nooit meer een baan vinden, want ik ben natuurlijk helemaal nergens geschikt voor.
Nou ja, zo dus.
Nu kan ik het allemaal wel weer relativeren, maar gisteravond wilde ik eigenlijk gewoon het liefst van de aardbodem verdwijnen. Zeg maar zo’n back-to-the-future-achtige verdwijntruc: zorgen dat je ouders elkaar nooit ontmoet hadden en dat jij dan ook gewoon nooit bestaan had.
Helaas staat mijn slaapspaarboekje nog steeds in het rood, dus ik ben benieuwd hoe het vanavond gaat. Morgen kan ik in ieder geval uitslapen, ik hoef pas om 13’45 in Den Haag te zijn voor de laatste uitvoering. Nu maar hopen dat dat uitslapen ook daadwerkelijk lukt.
Voordat mensen me weer zielig gaan vinden: het gaat wel goed met me en ik geniet van het spelen en het drukke en het hectische. Toch kijk ik erg uit naar de collegevrije zaterdag die ik volgend weekend heb.

Gisteravond was de generale van het operaproject. De zaal was al meer aangekleed dan de dag ervoor en we hebben ook met (en dus bij ons beneden zonder) licht gerepeteerd. De lampjes op de lessenaars voldeden prima, tot iemand struikelde over een snoer en met één beweging het hele orkest in het donker zette.
Je merkt dat het spelen makkelijker gaat en dat er minder onzekerheid in het orkest is. Als bassist is dat heel lastig. De meeste partijen zien er niet erg aansprekend uit. Een ploink of een streek op de eerste tel en soms op de derde, en dan heb je ongeveer 90 % van de muziek omschreven. Als het beeld dat je voor je op de lessenaar staat steeds bijna hetzelfde is, dan is het moeilijk om in te schatten wat je precies gaat horen als de rest gaat spelen. Het duurt ook altijd even voordat de volgorde van stukken ingesleten is en je ook daadwerkelijk weet wat er gaat komen. Dat laatste begint nu een beetje te komen en dat is fijn, de dag voor de voorstellingen.
Ik zit weer pal voor het koper (trompetten, trombones en tuba), alleen maken ze nu minder herrie dan in Maassluis. Het koper heeft de smaak al helemaal te pakken. Bij een foute inzet van één van de trombones, maakten de trompettisten een dansje met hun instrument en bij een zwijmelaria werd meegezwaaid met de instrumenten boven het hoofd. In het hele orkest begint de sfeer wat giebelig te worden als de hoofdrolspeler een stuk moet zingen. Vooral als het weer eens tenenkrommend vals is hoor je een gniffel door het hele orkest gaan. Met een wanhopig gebaar geeft de dirigent onze inzetten aan, als weer eens helemaal onduidelijk is waar de beste man met zijn timing naar toe wil.
Boven een plaatje van het uitzicht dat ik de hele avond heb, hieronder mijn uitzicht als ik omhoog kijk. Ik heb te horen gekregen dat het publiek badmutsen om de voeten krijgt, maar ik vraag me af of ze die ook echt omhouden. Ik ben ook erg benieuwd of er gecontroleerd wordt op het meenemen van drankjes de zaal in na de pauze. Aangezien er rondom het publiek gespeeld wordt, moet men nogal draaien op zijn stoel. Het is dus onvermijdelijk dat meegenomen drankjes omgaan. Ik vermoed dat nog geen wel denkend mens hierover nagedacht heeft. We zien wel wat er vanavond komen gaat.

Gisteravond hebben we de eerste repetitie in het Paard van Troje gehad. Ik moet even goed formuleren wat ik er van vond, ik geloof dat ik het vooral een beleving vond. In de grote zaal van Het paard is ter hoogte van het balkon een roostervloer gelegd. Voor zover ik begrepen heb komt daarop het publiek te zitten en daaronder het orkest. Dat laatste klopt, want daar heb ik mijn rotzooi achter gelaten. Rondom het publiek wordt de opera gespeeld. De opera gaat over Rigoletto, de naar van de hertog. De hertog heeft waarschijnlijk ook een naam, maar dat doet er niet toe. De hertog is een charmeur, een rokkenjager en een schuinsmarcheerder. Rigoletto bekijkt, becommentarieerd en vindt het verder prima. Tot dat de hertog een oogje krijgt op de dochter van Rigoletto, Gilda. Uiteindelijk loopt het natuurlijk allemaal dramatisch af, van opera is eigenlijk gewoon soap op muziek. Onder ons gezegd en gezwegen, het wordt een vrij dramatische productie. Onze Rigoletto is geen sterke zanger (gisteren een aantal keren tenenkrommend), maar hij is tevens artistiek leider, regisseur en productieleider. Tja, vertel mij wat over productieleiders, die denken dat ze alles kunnen. De Gilda en de hertog zijn op zich wel oké, maar de hertog is niet het type man dat ik zie als charmeur, rokkenjager en schuinsmarcheerder. Het is vast een erg aardige jongen, bovendien, wie ben ik om over een ander te oordelen?
Ik ben overigens weer erg blij en tevreden, fijn aan het werk, aan het spelen en aan de studie. Het komt helemaal goed met mij.
Het loggen op blog blijkt niet zo goed te werken, dus ik duik tijdelijk hier onder.
Ik heb momenteel op mijn eigen log even erg veel last van spam, dus vandaar dit onderduikadres. Ik hoop snel weer terug te verhuizen, maar eerst moeten de Russen en de Polen eruit (ik heb je wel door Anne-Floor).
Ik heb geen last van reactiespam, dus trucjes met letters invoeren hebben niet zo heel veel zin. Ik heb eigenlijk het meest last van bezoekers. Niet van de leuke, lieve, aardige bezoekers die me na aan het hart liggen, nee, ik heb last van bezoekers die alleen maar komen om in de stats te komen en die MB´s slurpen. Die bezoekers zijn vooral dol op mijn photolog. Ik kon het zo even snel niet over mijn hart verkrijgen om het hele photolog eruit te gooien, dus dacht ik het hele zaakje te verhuizen naar “blog” i.p.v. “blogs”.
Alles staat er geloof ik wel, maar het werkt niet echt, ik kan in ieder geval niet loggen. Omdat ik het deze week beredruk heb met de dramatische opera heb ik geen tijd om dingen uit te zoeken, vandaar mijn tijdelijke vlucht naar good old web-log.
To be continued (ik weet het, niet zo spannend als Kaat´s vervolgverhaal).
